Vierogenprincipe

In een brief van minister Kamp aan de Tweede Kamer betreffende de kwaliteitsagenda kinderopvang leest KIK over een aantal maatregelen waarmee minister en sector samen zullen werken aan de verbetering van de kwaliteit van de kinderopvang. Maatregelen waar wij als kinderopvangaanbieders achter staan en waar we ons hard voor zullen maken. Er is in de brief echter één uitzonderingsbepaling geformuleerd waarin wij ons niet kunnen vinden. De minister stelt in zijn brief dat de convenantpartijen hebben aangegeven dat een ondernemer verplicht is invulling te geven aan het ‘vierogenprincipe’ en ouders te informeren over de wijze waarop dat wordt ingevuld. Tot onze grote verbazing maakt de minister ‘in lijn met het voorstel van de convenantpartijen’ een uitzondering voor kinderdagverblijven met een capaciteit van ten hoogste zes kinderen. Dat roept een aantal vragen bij ons op:
• wat is de ratio achter deze uitzondering, kan er op kleine kinderdagverblijven niets mis gaan, is het ‘vierogenprincipe’ daar niet nodig?
• hoe verhoudt deze uitzondering zich tot de situatie op een iets groter kinderdagverblijf waar aan het einde van de dag nog maar zes, of minder, kinderen aanwezig zijn?

KIK heeft daarop een brief aan de convenantpartijen geschreven van de volgende strekking:

Formele kinderopvang bestaat uit opvang in kindercentra (dagopvang en buitenschoolse opvang) en uit gastouderopvang. Het kan naar onze mening echter niet zo zijn dat er twee soorten formele kinderopvang in kindercentra ontstaan. Wij vinden dit zowel vanuit overwegingen die de kwaliteit betreffen (alsof er op kleine kinderdagverblijven geen aanleiding kan zijn om vanuit het ‘vierogenprincipe’ te werken) als vanuit concurrentie-overwegingen (leidt tot oneigenlijke concurrentie) geen goede zaak. Wij doen een dringend beroep op BOinK en Brancheorganisatie om naar mogelijkheden te zoeken om deze uitzondering te laten vervallen.

Wij zien ook een relatie met (de besprekingen over) het Convenant kwaliteit kinderopvang, waarin onder meer regels zijn opgenomen met betrekking tot de beroepskracht-kind ratio. Wij zijn zeker bereid mee te denken over de formulering van deze regels, als dat gewenst is.

Datum: maart 2012