Pedagogische kwaliteit onderscheidende factor in kinderopvang

Goede kinderopvang onderscheidt zich met de pedagogische kwaliteit: de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de dagen, aan het aanbod, aan de omgang met kinderen én ouders. KIK-directeuren Anja Hol (Kinderopvang Humanitas) en Monique Wittebol (Bink Kinderopvang) schetsen hoe zij vanuit pedagogisch oogpunt denken over goede kinderopvang en hoe deze onder druk is komen te staan als gevolg van de huidige bezuinigingen op de kinderopvang.

 

Als het gaat om de inhoudelijke kwaliteit van kinderopvang, valt al snel de term ‘het kind centraal’, maar wat betekent dat nu precies? ‘Voor Bink betekent het kind centraal stellen dat we het individuele kind zien en volgen in plaats van de groep als een geheel’, vertelt Monique. ‘Ik vind het de kunst om te leren zien waaraan elk kind behoefte heeft. Daarmee sta ik geen laissez-faire aanpak voor waarbij het kind niet gestimuleerd wordt, maar het gaat erom actief te luisteren naar het kind en daarop in te spelen met wat je biedt. Buiten spelen hoeft bijvoorbeeld niet met alle kinderen tegelijk. Als een paar kinderen graag langer buiten willen blijven, omdat het net begint te regenen, kan dat vaak. Het is zonde om het spel abrupt te eindigen. Stoor ze niet in hun spel: Laat ze lekker nog even met stokjes in een nat papje roeren. En bovendien, waarom moeten alle kinderen tegelijk naar binnen en in een rijtje wachten tot iedereen  klaar is met jassen ophangen?

Gemak van de PM’er
Ook voor Kinderopvang Humanitas houdt ‘het kind centraal stellen’ in dat de PM’ers in hun dagelijks werk het kind als uitgangspunt nemen en niet het gemak of de structuur van de dag. Ter illustratie noemt Anja het principe van het tussen de middag slapen van de kinderen: ‘Hier hebben wij veel discussie over gehad. “Alle kinderen slapen ’s middags, en zo niet, dat rusten ze in elk geval uit”, hoor ik dan. Maar als je doorvraagt, blijkt het voornamelijk makkelijk voor de PM’ers als de kinderen tegelijkertijd slapen. Dan kunnen zij opruimen, activiteiten voorbereiden, in schriftjes schrijven enzovoort. Het is ingegeven vanuit eigen belang, goed bedoeld weliswaar, maar niet altijd direct in het belang van het kind, want er zijn genoeg kinderen die ’s middags niet willen slapen.’

Rol van de PM’er
Het kind centraal stellen vraagt veel van de PM’er, erkennen beide directeuren direct. ‘Het is best ingewikkeld’, legt Monique uit. ‘De PM’er moet zien wat de behoefte van ieder kind is. We bieden veel verschillende activiteiten. Vaak gaan kinderen daarin mee, maar soms ook niet en dat is dan ook prima. Of kinderen geven een andere draai aan een activiteit dan de bedoeling was. Mooi toch? Kinderen moeten al zoveel, vind ik.’ De PM’ers moeten kinderen de ruimte bieden en er vertrouwen in hebben dat zij zich in hun eigen tempo ontwikkelen. Bij Bink worden zij uitgebreid getraind in actief kijken en luisteren. ‘We  scholen alle medewerkers jaarlijks in de Gordon-communicatiemethode. Ze leren om “ik”-boodschappen te geven, uitleg te geven aan hun handelen en  niet te (ver)oordelen’, legt Monique uit. ‘We trainen onder meer met videobegeleiding. Het is veel oefenen, maar het werkt.’
Anja vult aan dat het ook belangrijk is dat de PM’er (blijft) kijken naar de kinderen: ‘Niet alleen naar die ene die altijd veel aandacht vraagt, maar ook naar het kind dat altijd zo lief in de poppenhoek zit te spelen. Ook die moet je dingen aan blijven bieden op alle ontwikkelingsgebieden. Je moet het unieke van kinderen zien en daarop inspelen. De kinderen dus niet tekort doen, ook niet onbewust.’

Zelfstandig en weerbaar
‘Doordat kinderen bij ons deel uitmaken van een groep en de thuissituatie dit vaak niet biedt,  kunnen wij in de kinderopvang bij uitstek de sociale ontwikkeling stimuleren, bijvoorbeeld de  zelfstandigheid en weerbaarheid’, vervolgt Monique. ‘Bij Bink besteden we hier veel aandacht aan. We leren kinderen aan te geven wat ze willen, voor zichzelf op te komen, zien wat het effect is van hun gedrag op anderen etc. We benoemen gedrag, spelen in op situaties waarin kinderen elkaar of zichzelf te kort doen, en praten daar dan over. We leren ze uiting geven aan hun gevoel. Zo ontwikkelen kinderen een goed gevoel voor eigenwaarde en worden ze zelfstandig en weerbaar.’  De BSO’s bij Kinderopvang Humanitas besteden expliciet aandacht aan pesten. Een aantal BSO-groepen heeft elk een ‘eigen’ methode ontwikkeld, die nu breed worden toegepast. ‘Kinderen zijn blij met de manier waarop het onderwerp binnen de BSO wordt opgepakt’, zegt Anja. ‘Het helpt hen moeilijke onderwerpen te bepreken en biedt handvatten om zelf pestgedrag aan te pakken.’

Voorschoolse educatie
Met een breed aanbod van allerlei activiteiten op alle ontwikkelingsgebieden, biedt goede kinderopvang ook spelenderwijs voorschoolse educatie aan, vindt Anja: ‘Dat is onze opdracht, dat is de pedagogische kwaliteit die wij kunnen bieden.’ Zij is dan ook geen voorstander van de ontwikkelde VVE-methodieken: ‘Ik vind het een uitholling van wat wij bieden. Alles komt in zijn volle omvang elke dag opnieuw aan bod bij ons. De ontwikkelde methodieken gelden met name op het gebied van taalontwikkeling en werken in die zin verengend voor de ontwikkeling van het kind. Of, als ze compleet zijn, zijn ze zo ingewikkeld, dat onze PM’ers er niet mee kunnen werken. Daar heb je dan hoogopgeleid personeel voor nodig, en dan nog krijg je echte achterstanden ook met VVE-programma’s niet verholpen. Dan moet je daar nadrukkelijk ook de ouders bij betrekken.’ Ook Monique erkent dat de VVE-methodiek erg is gefocust op taalontwikkeling en benadrukt dat uit onderzoek  niet is gebleken dat VVE de uitkomst is voor het voorkomen van achterstanden. ‘Ik vind het belangrijk om  in de kinderopvang, naast veel vrije spelsituaties, systematisch activiteiten  aan te bieden op alle ontwikkelingsgebieden, een breder palet dus dan VVE biedt. Bij Bink hebben wij onze eigen methode ontwikkeld waarin we met ontwikkelingsgerichte thema’s werken. Het biedt een scala aan activiteiten die je als individuele medewerker niet allemaal zou kunnen bedenken en zo zorgen we  voor  een evenwichtig aanbod voor ieder kind. Ook biedt de methode  de pedagogisch medewerkers houvast. We bouwen het ontwikkelingsgericht werken dit  jaar verder uit. Naar ons idee kunnen we hiermee onze kwaliteit beter borgen en deze duidelijker zichtbaar maken aan ouders. Dit aantoonbaar maken van onze meerwaarde is belangrijk in de kinderopvang. Het ontwikkelingsgericht  werken aan de hand van thema’s helpt ons hierbij’, aldus Monique.

Nobelprijs-winnaars
‘Aan de andere kant is mijn stellingname ook dat er kinderen zijn die altijd op een “laag” niveau blijven, wat je er ook in stopt; die hebben nu eenmaal niet meer in huis’, vervolgt Anja. ‘En daar moet je ook respect voor hebben. We moeten af van de illusie dat als we er maar genoeg in stoppen, we van elk kind een wonderkind kunnen maken. Relativeren, dat vind ik óók een opdracht van ons, vooral ook naar ouders toe: niet meegaan met het idee dat in elk kind een potentiele Nobelprijs-winnaar schuilt. Ik vind het zorgwekkend hoeveel kinderen vandaag de dag een gebruiksaanwijzing hebben. Dat is niet goed voor het kind, daardoor mag je niet iets niet kunnen. Wij kunnen ouders daarin ontzorgen, doordat wij op de groep vergelijkingsmateriaal hebben én een berg ervaring.’ Monique ziet vaak dat ouders een ideaalbeeld hebben van hun kind en dat voor hen de verleiding groot is om hun kind een bepaalde richting in te sturen: ‘Het werkelijk kijken, dat is weer die pedagogische kwaliteit waar we het over hebben, dat mag je van ons verwachten, daar ligt een taak voor ons naar de ouders.’

Groepsstabiliteit
Het kind centraal, de voorschoolse educatie: alles staat of valt bij een omgeving waarin het kind zich veilig voelt. Een stabiele groep, met bekende gezichten van leidsters en andere kinderen is daarbij ontzettend belangrijk, zo niet randvoorwaardelijk. En juist deze stabiliteit staat nu erg onder druk. Als gevolg van de bezuinigingen door de overheid gaan ouders naar alternatieven zoeken en minder dagdelen afnemen. Zowel Kinderopvang Humanitas als Bink hanteerden het principe dat kinderen minimaal twee dagen aanwezig zijn, maar dit is nu niet meer te handhaven. Hierdoor worden de groepen kleiner en wordt er steeds opnieuw geschoven met groepen en leidsters. Het gebrek aan stabiliteit en continuïteit maakt dat een kind telkens opnieuw moet wennen aan nieuwe gezichten: ‘Het is een negatieve spiraal waar we in beland zijn: ouders zien de vastigheid verdwijnen en zijn nog eerder geneigd naar alternatieven te zoeken’, zegt Anja. ‘We doen ons uiterste best om de groep zo stabiel mogelijk te houden, maar het is ongelooflijk lastig en bijna niet meer te verkopen.’

Stabiele dagindeling
Nu de samenstelling van de kinderen op de groep steeds wisselender  wordt, tracht Bink de stabiliteit  onder meer te waarborgen door meer rust te bieden aan het begin van de dag. In plaats van het onrustige moment waarop ouders in- en uitlopen en uitgebreid afscheid nemen van hun kind, heeft Bink nu ingevoerd dat de overdracht en het afscheid  zoveel mogelijk buiten de groep gebeurt. Zo ontstaat er rust voor de kinderen. PM’ers hebben al spelmateriaal klaargezet en zitten op de grond tussen de kinderen, die zich – doordat er niet voortduren mensen in- en uitlopen - nu al direct concentreren op hun spel en op elkaar. Monique: ‘De groep is meer in balans, er is veel meer rust gekomen. De kwaliteit van de  eerste anderhalf uur is zeker toegenomen, dat zien de ouders ook.’ Nu dit zo goed bevalt, gaat Bink het einde van de dag op dezelfde manier inrichten.

De huidige situatie
We spreken tot besluit nog even verder over de zware omstandigheden waarin de kinderopvang verkeert. ‘In de sector is momenteel weinig sprake van inhoudelijke vernieuwing en dat gaat ten koste van de pedagogische kwaliteit’, besluit Anja. ‘Ik zou willen dat we meer op onderzoeksresultaten zouden varen, op wat we in de ons omringende landen zien gebeuren en op nieuwe pedagogische inzichten. Voor discussie en scholing is nu te weinig ruimte. We waren bezig met groei, groei, groei en zijn nu bezig met het sturen op kosten. En dat is eeuwig zonde.’ Een lichtpuntje ziet zij in de benoeming van een hoogleraar Kinderopvang: ‘Hierdoor worden we weer gevoed met nieuwe inzichten.’
Ook Monique wil nog wel een lichtpuntje benoemen; haar valt een kentering op in de politiek: ‘Heel voorzichtig wordt erkend dat kinderopvang meer is dan een arbeidsmarktparticipatie-instrument. Er komt meer aandacht voor de pedagogische meerwaarde van goede kinderopvang en het is een goede zaak dat wij in de toekomst ook worden afgerekend op kwaliteitsaspecten en niet alleen op randvoorwaardelijke regels zoals vierkante meters en de leidster-kindratio .’

Datum: januari 2014