Maatschappelijke kinderopvang

De weg naar kinderopvang 2.0

‘De kwaliteit van de kinderopvang wordt ernstig aangetast door de toenemende vraag naar de flexibilisering ervan en het streven van ondernemers om aan deze vraag tegemoet te komen’. Aan het woord is Geert de Wit, directeur van de Tilburgse kinderopvangorganisatie Kinderstad. ‘De kinderopvang is als arbeidsmarktinstrument doorgeschoten, waardoor het belang van de kinderen niet langer op de eerste plaats komt.’ Wim van Ogtrop (directeur van 2Samen in Den Haag) sluit zich hierbij volmondig aan.
Deze twee KIK-directeuren houden een pleidooi voor de herijking van de Wet kinderopvang, waarbij een Wet kinderopvang 2.0 het gewenste einddoel is.

 

Het is een wetenschappelijk gegeven dat stabiliteit op de kinderopvang zeer belangrijk is voor een evenwichtige ontwikkeling van kinderen . Het gaat dan om stabiliteit voor het kind in relatie tot de pedagogisch medewerker, tot andere kinderen en tot de fysieke omgeving. Deze drie vormen van stabiliteit zijn in de huidige marktsituatie moeilijk te realiseren, vinden Geert en Wim. ‘Door de bezuinigingen neemt de vraag naar kinderopvang in hoog tempo af. Tegelijkertijd neemt de roep om flexibilisering toe’, legt Geert uit. ‘De vraag naar meer flexibiliteit is niet alleen een begrijpelijke reactie van ouders op de beperking van het aantal toeslaguren en de hogere prijs die zij moeten betalen, ook de overheid stimuleert ondernemers een flexibel aanbod te ontwikkelen.’

De roep om flexibiliteit
De concurrentie is groot, dus veel ondernemers bieden dit flexibeler aanbod aan. Het gevolg daarvan is vaak dat de kinderen worden opgevangen in  wisselende ruimten én in groepen met wisselende samenstelling waarin kinderen en volwassenen in- en uitvliegen. Stabiliteit is ver te zoeken. ‘Deze situatie maakt het voor hen onmogelijk zich te hechten aan andere kinderen, aan volwassenen en aan de omgeving’, stelt Wim. ‘Daarmee valt een belangrijke basis weg onder de ontwikkelingsstimulering die de kinderopvang kan bieden. Sterker nog: kinderopvang in een onveilige omgeving kan kwetsbare kinderen schaden.’

Marktwerking en kwaliteit
De marktwerking in de kinderopvang heeft haar grenzen bereikt, daar zijn Wim en Geert het over eens. De balans tussen kwaliteit in termen van dienstverlening aan de ouder en de kwaliteit van het pedagogisch aanbod voor de kinderen is zoekgeraakt, vinden zij. ‘De invoering van de marktwerking heeft weliswaar een aantal goede zaken gebracht -  zoals keuzevrijheid voor ouders en innovatie en ondernemerschap bij de kinderopvangorganisaties – maar het kan er ook toe aanzetten dat de balans tussen kwaliteit van dienstverlening en eigen gewin de verkeerde kant opslaat’, vervolgt Wim. ‘Prijsprikkels worden als belangrijkste ordeningsprincipe gehanteerd, de eigenaar kan streven naar winstmaximalisatie zonder dat deze terugvloeit in de kinderopvang, er zijn geen uitsluitingscriteria voor slecht presterende ondernemingen en dit alles leidt , paradoxaal genoeg, tot het opvoeren van regeldruk’, somt Geert op.

Urgente benodigde maatregelen
In een Wet kinderopvang 1.9 zou naar hun mening een aantal maatregelen direct moeten worden aangepakt en vastgelegd. Het gaat dan in de eerste plaats om het uitwerken van een financieringssystematiek die uitgaat van afname van kinderopvang gebaseerd op dagdelen. Ten tweede zou een minimaal aantal af te nemen dagdelen per kind per week moeten worden vastgesteld. In de derde plaats vinden zij een aanpassing van het toezicht noodzakelijk, die uitgaat van minimale regulering en maximale professionalisering. Ten slotte zijn beide directeuren voorstander van een verplichtstelling van de governance code.

Herziening niet voldoende
‘Deze herziening van de Wet kinderopvang is weliswaar dringend en noodzakelijk, het lost nog steeds maar een deel van de problemen op’, stelt Wim. Voor op de langere termijn zijn de KIK-directeuren voorstander van de ontwikkeling van een Wet kinderopvang 2.0. Geert: ‘De invoering van de marktwerking in de grotendeels publiek gefinancierde sector kinderopvang brengt namelijk een tweeledig probleem met zich mee. Publiek geld lekt weg uit de sector omdat het de keuze van de ondernemer is of rendementen uitgekeerd worden aan eigenaren/aandeelhouders of worden geherinvesteerd in de organisatie. Daarnaast stelt het huidige systeem geen grenzen aan winstmaximalisatie en leidt het marktmechanisme tot een hoge druk op het verlagen van de kwaliteit waardoor de kwaliteitsregulering – gemotiveerd vanuit het belang van de publieke financiering – toeneemt.’

Maatschappelijke eisen gerechtvaardigd
Zowel het weglekken van publieke gelden als het toenemen van de regeldruk is niet in het belang van opgroeiende jonge kinderen, vinden Wim en Geert: ‘Kinderopvang wordt grotendeels publiek gefinancierd en dient een maatschappelijk belang. Maatschappelijke eisen met betrekking tot de kwaliteit zijn daarom gerechtvaardigd. Zo zou de overheid met betrekking tot rechtmatigheid, doelmatigheid en efficiency eisen moeten stellen aan hoe er met dat publieke belang en dus met de daarmee gemoeide geldstromen wordt omgegaan.’

Kinderopvang 2.0
Zij zien een paar fundamentele maar met elkaar samenhangende wijzigingen voor in de Wet kinderopvang voor zich. Ten eerste zou gerealiseerd rendement – net als in het onderwijs – verplicht moeten worden aangewend voor doeleinden van de kinderopvangorganisatie. Ten tweede zouden organisaties moeten worden verplicht om te voldoen aan governance-voorwaarden. Wim: ‘ Als er voorwaarden worden gesteld aan de hoogte en de openbaarmaking van bestuurders- en directiebeloningen, kan het streven naar winstmaximalisatie als doel op zich tegen worden gegaan.’
In de derde plaats pleiten zij voor het ontwikkelen van waarborgen en eisen met betrekking tot het aantrekken van het vreemd vermogen. ‘Deze waarborgen dienen een kader te vormen waarbinnen het maatschappelijk belang van de sector kan worden gerealiseerd’, licht Geert toe. Ten slotte zijn ze voorstander van een vergunningstelsel/registratiesysteem, waarbinnen het mogelijk is zowel structuurkenmerken (inclusief governance) als pedagogisch/inhoudelijke kenmerken als voorwaarde te benoemen. Wim: ‘Als een kinderopvangorganisatie dan beschikt over zo’n vergunning/registratie, kunnen ouders in aanmerking komen voor belastingtoeslag. En dan zou sprake zijn van Kinderopvang 2.0!’

Datum: december 2013