Bezuinigingen

Bezuinigingen tasten recht kind op kinderopvang aan

‘Tientallen jonge kinderen in oude stadswijken hangen rond op straat en dreigen af te glijden’, lezen we in het Algemeen Dagblad van 14 juni jl. Hoewel zeker een feit voor de laagste inkomens, dreigt de kinderopvang ook voor de hogere inkomens vanaf volgend jaar onbetaalbaar te worden.

Overheidsbeleid, bezuinigingen en marktwerking zetten de toegankelijkheid en kwaliteit van de kinderopvang dermate onder druk, dat wij ons gedwongen voelen de noodklok te luiden. Elk kind heeft recht op goede kinderopvang!

Overheidsbeleid en kinderopvang
Minister Kamp zegt kinderopvang vooral als arbeidsmarktinstrument te zien. Kinderopvang gaat echter om meer dan het belang van ouders. Het gaat ook, en misschien wel vooral, om de ontwikkelingskansen van kinderen. Kinderopvang zou  een recht voor kinderen moeten zijn. Dit is echter ernstig op de tocht komen te staan. De ontwikkeling van het kinderbrein is afhankelijk van de zorg en aandacht die het kind krijgt in de eerste zes levensjaren. Een investering die op latere leeftijd leidt tot minder criminaliteit, een hoger IQ en minder psychische problemen, aldus Marilse Eerkens in het FD van 9 juni jl. op basis van onderzoek door de Nobelprijs-winnende economen Cunha en Heckman. Goede kinderopvang levert een  positieve bijdrage aan deze ontwikkeling. Kinderen ontwikkelen en floreren extra goed in een omgeving waar zij de ruimte krijgen zich te ontwikkelen en hiertoe op allerlei manieren worden gestimuleerd en uitgedaagd.

Het verlagen (en volgend jaar voor de hoogste inkomens zelfs schrappen) van de tegemoetkoming in de kinderopvangtoeslag tijdens een economische recessie, maakt echter dat kinderopvang hard op weg is onbetaalbaar te worden. Dit betekent dat jonge kinderen die gebaat zijn bij een ontwikkelingsgerichte omgeving, deze mislopen. Kinderopvang moet toegankelijk zijn voor iedereen, niet alleen voor die kinderen wier ouders geen alternatief hebben en die worden opgezadeld met hoge kosten.

Bezuinigingen en uurtje-factuurtje
De bezuinigingen drukken ook hun stempel op de kwaliteit van de opvang. Het ‘uurtje-factuurtje’-principe, waarbij alleen wordt  betaald voor die uren, waarop een kind daadwerkelijk  gebruikt maakt van de kinderopvang, wordt van harte ondersteund door ouders die de bezuinigingen in de portemonnee gaan voelen. Begrijpelijk vanuit hun oogpunt, maar in de praktijk wordt met uurtje factuurtje het tegengestelde bereikt. Want de kosten van de kinderopvang gaan natuurlijk niet omlaag! Investeringen in locatie, veiligheid, materialen en de bijscholing van medewerkers blijven net zo noodzakelijk. Een minister die dat ontkent, zet ouders willens en wetens op het verkeerde been. Minder uren in rekening brengen voor een lager tarief zet ontegenzeggelijk de kwaliteit onder druk en leidt tot pedagogische verschraling. En dat terwijl op hetzelfde moment met de mond beleden wordt dat de kwaliteit juist beter moet. Wanneer kinderopvang uitsluitend als arbeidsmarktinstrument wordt ingezet, is verschraling een zeer reëel scenario, dat we helaas al bewaarheid zien. Ironisch genoeg blijkt bovendien dat ondanks deze focus de arbeidsparticipatie afneemt, zoals wij in de praktijk voortdurend ervaren.

Marktwerking en subsidielek
Ten slotte de marktwerking. Beleid en bezuinigingen hebben tot gevolg dat moeders stoppen met werken, dat ‘sleutelkinderen’ een woord is geworden dat angstvallig snel ingeburgerd is en dat kinderen niet vanzelfsprekend gebruik kunnen maken van wat een recht van hen zou moeten zijn. Tegelijkertijd echter staat de overheid toe dat publiek geld in hoog tempo de sector uitvloeit. Zullen investeringsfondsen en andere organisaties die, naast een kwaliteits-, ook een winstoogmerk hebben, in deze zware tijden nog steeds geïnteresseerd zijn in het herinvesteren van rendementen in de kinderopvang?

Of staan we toe dat goede kinderopvang van goede kwaliteit straks alleen nog beschikbaar is voor ouders die bereid en in staat zijn ervoor te betalen? Wachten we af tot de problemen van op straat rondzwervende kinderen over een paar jaar op het bordje van jeugdzorg terecht komen? Willen we die eerste zes belangrijke levensjaren niet benutten om onze kinderen optimale ontwikkelingskansen te bieden? Willen we niet dat ouders beiden de mogelijkheid hebben om te werken in de wetenschap dat hun kind veilig is en in goede handen? Staan we toe dat, van alle OESO-landen, alleen Portugal, Mexico en de VS minder geld uitgeven aan kinderopvang dan Nederland?

Datum: juli 2012