‘Terug naar het gildestelsel’. Het pedagogisch kwaliteitssysteem van TintelTuin

‘De kwaliteit van de kinderopvang wordt, ondanks ons pedagogisch beleid en jarenlange videowerkbegeleiding, nog altijd in hoge mate bepaald door de kwaliteit van de PM’er die op de groep staat.’ Aan het woord is Cor Schuurman, CEO bij kinderopvangorganisatie TintelTuin. Schuurman zag deze situatie enige tijd met lede ogen aan: ‘De PM’er gaat nogal eens met kinderen om zoals ze thuis met haar eigen kinderen omgaat. En dat willen we niet. We willen dat de medewerkers ons pedagogisch beleid eenduidig in de praktijk brengen.’

Dit is het eerste artikel in een serie over het begrip 'kwaliteit' en wat de bij KIK-aangesloten kinderopvangorganisaties daaronder verstaan. Zie ook het interview met Spring Kinderopvang.

‘De kwaliteit van de kinderopvang wordt, ondanks ons pedagogisch beleid en jarenlange videowerkbegeleiding, nog altijd in hoge mate bepaald door de kwaliteit van de PM’er die op de groep staat.’ Aan het woord is Cor Schuurman, CEO bij kinderopvangorganisatie TintelTuin. Schuurman zag deze situatie enige tijd met lede ogen aan: ‘De PM’er gaat nogal eens met kinderen om zoals ze thuis met haar eigen kinderen omgaat. En dat willen we niet. We willen dat de medewerkers ons pedagogisch beleid eenduidig in de praktijk brengen.’ TintelTuin heeft daarom een systeem ontwikkeld dat bestaat uit vijf stappen die resulteren in een operationeel pedagogisch kwaliteitssysteem. De pilot was zo’n succes dat het systeem nu, met steun van de BKK, organisatiebreed wordt geïmplementeerd.


Schuurman: ‘PM’ers hebben niet geleerd kritisch naar hun eigen functioneren te kijken. Als het om aanbieden van activiteiten gaat doen ze vaak met name die activiteiten met kinderen die ze zelf leuk vinden en waar ze goed in zijn. En ons abstracte pedagogisch beleid, daar hebben ze geen boodschap aan. Ik neem ze dat niet kwalijk; wij, leidinggevenden, hebben dat altijd goed gevonden. De bal lag dan ook bij ons; wij moesten het pedagogisch plan handen en voeten geven.’

Vijf-stappenplan
En dat is gebeurd. In de eerste plaats heeft men het pedagogisch beleid voor dagopvang en BSO door een pedagoog laten vertalen naar concrete omschrijvingen van wat TintelTuin doet en hoe ze dat doet. ‘Duidelijkheid vinden mensen prettig’, meent Schuurman. ‘De PM’er weet wat er concreet van haar wordt verwacht en wij kunnen de kwaliteit borgen die we ouders beloven.‘

Daarnaast heeft TintelTuin heel concrete en gevarieerde activiteiten gedefinieerd. ‘We willen dat kinderen activiteiten aangeboden krijgen op alle ontwikkelingsgebieden en waarmee  ze thuis niet in aanraking komen’, vertelt Schuurman. ‘Bij het trainen van de grove motoriek denken veel PM’ers al snel aan voetballen, maar er zijn natuurlijk tientallen activiteiten denkbaar om de grove motoriek te oefenen. Wij hebben al deze activiteiten benoemd en een schema opgesteld waarin ze allemaal aan bod komen. De PM’er ziet precies wat ze wanneer met de kinderen gaat doen. Het schema hangt op de groep en je merkt ook dat de ouders het leuk vinden om dat te zien en te volgen. ‘

Ten derde heeft men PM’ers begeleid en opgeleid tot een nieuwe functie binnen TintelTuin, die van senior PM’er. Dit is een ‘meewerkend voorvrouw’ op de groep, die het pedagogisch actieplan kan dromen en die weet wat het vraagt van en betekent voor het handelen van PM’ers. Schuurman: ‘De senior zorgt ervoor dat er gewerkt wordt volgens het pedagogisch actieboek en spreekt haar collega’s aan op hun handelen. En dat werkt heel goed. De PM’ers horen graag hoe het moet. Wij staken tot nu toe in op een te abstract niveau.’ Het pedagogisch actieboek is vertaald in een meetintrument waarmee de senior de score van werken volgens het actieboek van elke PM’er kan bijhouden.
De rol van de senior is dus cruciaal in het systeem. ‘De herinvoering van het gildestelsel heeft veel voordelen!’ glimlacht Schuurman. ‘Bovendien biedt de functie een mooie brug tussen PM’er en locatiemanager. We bieden PM’ers een reëel groeiperspectief, waar de stap naar locatiemanager tot nu toe veeleer te groot was. Nu is groei haalbaar en dat motiveert.‘

Stap vier van het pedagogisch kwaliteitssysteem gaat over de inrichting van de groepen, aansluitend bij het pedagogisch beleid. Het gaat dan om materialen en hoe ze in de ruimte komen te staan. ‘We hebben de locaties op basis daarvan laten herinrichten’, vertelt Schuurman. ‘Dat is een vak apart. We wilden dat dat goed gebeurt en dat de PM’er er daarna niet meer aankomt.’


Het vijfde en laatste onderdeel betreft de videowerkbegeleiding. ‘Dat gaat nu alleen over de zes interactie-vaardigheden. We hebben meetinstrumenten ontwikkeld om per medewerker te kijken en bij te houden hoever ze zijn “op de schaal van TintelTuin”. Als de PM’er op alle interactie-vaardigheden een voldoende scoort, wordt de frequentie van de videowerkbegeleiding teruggebracht tot een onderhoudsdosis. Het hoeft niet eeuwig te duren’, aldus Schuurman.

Zelf opleiden
Er is nog een bijkomend voordeel van het systeem, besluit hij: ‘Ik voorzie een tekort aan personeel in de toekomst. Voor hbo’ers is de kinderopvang op termijn vaak te weinig uitdagend. De opgeleide  mbo’er wordt  op termijn schaars.  Daarom kiezen wij er steeds meer voor zelf onze mensen op te leiden én te motiveren, juist door duidelijk te maken wat we van ze verwachten. Want wie zegt dat in de kinderopvang alleen intrinsiek gedreven PM’ers werken, die liegt(klinkt een beetje hard). En daarom moet je mensen uitleggen wat ze moeten doen. Dat motiveert en werkt. Instrueren en controleren zijn voor ons geen vieze woorden.’

Implementatie
TintelTuin heeft op dertien locaties een pilot gehouden van zes maanden. De evaluatie was bij alle locaties positief. Het enige verbeterpunt is dat ouders nog weinig zicht hebben op het veranderingsproces. Dit jaar voert de organisatie het systeem op alle locaties in. Het pedagogisch actieplan wordt verplicht voor medewerkers en het gehele systeem zal in de tweede helft van 2012 in boekvorm bij SWP worden uitgegeven.

Serie 'Kwaliteit'
Dit is het eerste artikel in een reeks over het begrip 'kwaliteit' en wat de bij KIK-aangesloten kinderopvangorganisaties daaronder verstaan. Zie ook het interview met Spring Kinderopvang.

[10.05.2012]