Reorganisatie bij Surplus Kinderopvang leidt tot ontslagen

Een lagere kinderopvangtoeslag en minder vraag naar uren eisen hun tol bij KIK-lid Surplus Kinderopvang, dat van 10% van de pedagogisch medewerkers afscheid zal moeten nemen. Van degenen die Surplus kan behouden binnen de organisatie, krijgt een deel een kleiner contract.

Een lagere kinderopvangtoeslag en minder vraag naar uren eisen hun tol bij KIK-lid Surplus Kinderopvang, dat van 10% van de pedagogisch medewerkers afscheid zal moeten nemen. Van degenen die Surplus kan behouden binnen de organisatie, krijgt een deel een kleiner contract.


‘Landelijk heeft de krimp in de vraag naar kinderopvang geleid tot een daling van 8%, maar hier in West-Brabant zitten we daar ver boven. Ik denk aan 15%’, vertelt directeur Berien Laukon. ‘We hebben deze reorganisatie moeten doorvoeren om onze dienstverlening ook in de toekomst op een kwalitatieve wijze te kunnen blijven uitvoeren.’  Om de krimp op te kunnen vangen, heeft Surplus Kinderopvang het afgelopen jaar ook al de tijdelijke arbeidscontracten afgebouwd en waar mogelijk de algemene en facilitaire kosten naar beneden bijgesteld.

Sociaal plan
Surplus Kinderopvang heeft een sociaal plan opgesteld om regelingen en voorzieningen te treffen voor de pedagogisch medewerkers die worden getroffen door de reorganisatie. De vakbonden en ondernemingsraad waren betrokken bij het invullen hiervan en hebben hun akkoord gegeven. De pedagogisch medewerkers voor wie gedwongen ontslag of een kleiner contract volgt, wordt gekeken naar blijvende herplaatsingmogelijkheden binnen het concern Surplus. 

Stabiliteit
‘Op de meeste kindercentra kunnen we de groepsgrootte terugbrengen van 16 naar 12 kinderen per groep met in elke groep 2 pedagogisch medewerkers’, legt Berien uit. Daarnaast zullen groepen op veel plekken opnieuw worden samengesteld om te komen tot evenwichtige en goed gevulde groepen. Ook kan het gebeuren dat locaties gedeeltelijk of geheel moeten worden gesloten.
Berien: ‘Al met al een verdrietige situatie. Maar juist door in deze scenario’s te denken, is het mogelijk om vooruit te kijken en zo te proberen de ontwikkeling voor te blijven. In de huidige situatie moeten we goede afwegingen blijven maken voor onze ouders en kinderen, onze dienstverlening en onze medewerkers. Ondanks de zorgvuldigheid zal het vertrek van medewerkers niet geruisloos zijn. Door ouders en kinderen zo duidelijk mogelijk te informeren over de veranderingen op kun kindercentrum, groep en hun pedagogisch medewerkers, hopen we de momenten van afscheid zo goed mogelijk te kunnen begeleiden.’

[12.10.2012]